|
Een voetbalcolumn
Mijn mening over voetbal in het algemeen en
Ajax in het bijzonder |
Vorige
columns:
Raad
de Commissarissen
|
|
|
|
woensdag
22 september 2010 door Ron Schiltmans
Op 6 december 1981 zag hij de benen van Martin Haar komen. Majestueus was de beweging erlangs. De lob over Haarlemkeeper Edward Metgod onvergetelijk, net als de manier waarop wijlen Theo Koomen het doelpunt beschreef bij Langs de Lijn. Nooit duurde het wachten op Studio Sport langer dan die memorabele zondag. Van Eredivisie Live hadden we gelukkig nog nooit gehoord, dus je hoefde je 's zondags maar een minuutje of tien aan Theo Reitsma te ergeren. Reitsma slaapt al jaren in een Feyenoord-pyjama en het mooie aan Theo is dat hij dat ook niet echt probeert te verbergen. Maar Cruijff was terug en eindelijk zou ik bevestigd zien wat ik me nog goed uit mijn jonge jeugd herinnerde: Hij was nog steeds de beste van allemaal. Zeker, er kwamen daarna nog legio goede voetballers bij Ajax, maar nooit meer zo goed als Johan Cruijff. Qua balbehandeling waren alleen Marco van Basten en Dennis Bergkamp vergelijkbaar.
Wie als Ajaxfan Cruijff bewust heeft
zien voetballen, is voor het leven getekend en nooit meer objectief. Tenminste,
zo verging het mij. Wat Cruijff roept, snijdt echter altijd hout. En je hoeft geen
drie Europacups op rij gewonnen te hebben, om te zien hoe miserabel Ajax er technisch
en tactisch voorstaat. Simpele driehoekjes lukken misschien nog tegen laagvliegers als Willem II, MVV
of Feyenoord, maar
zodra er een beetje tegenstand komt, haken de meeste Ajacieden af. Dat wisten we
allemaal wel en wij zijn er al min of meer aan gewend geraakt, maar het wordt er nu weer eens door Cruijff
ongezouten ingewreven. Bovendien moeten we niet vergeten dat Cruijff vorige week
in Bernabeu heel graag heel erg trots op Ajax was geweest.
Juist dáár. Dat is nogal mislukt, hebben we moeten constateren. Ze zijn zich in Spanje kapot geschrokken van het niveau
van Ajax, toch een club uit het land van de vice-wereldkampioen. Cruijff zal in zijn Spaanse vriendenkring een hoop uit hebben moeten
leggen. Iets wat hij hoofdschuddend en schouderophalend vol schaamte zal hebben gedaan. "Nog iets spannends gebeurd op kantoor vandaag, schat?"
"Och...mwa...neuh eigenlijk niet.
The usual. Jaarcijfers creatief aangepast. Alvast wat ontwijkende antwoorden
verzonnen voor het overleg met de supportersverenigingen.
Assistent-trainer Cock Jol bevrijd die met zijn dikke reet weer eens vacuüm
gezogen in het toilet vastzat. En o ja, we zijn in een column min of meer tot de grond toe afgefikt door
Johan Cruijff. Maar niet persoonlijk, dus hij zal mij wel niet bedoelen. Nee,
ging best lekker vandaag. Mag ik een aspirientje?"
Ondertussen speelt Ajax het soort werkvoetbal waar een coach in trainingspak prima bij past. Geen stijlvol maatpak. Die coach is Martin Jol en zijn reactie op de kritiek van Cruijff viel me deze week nog het meest tegen. Tuurlijk is het mooi dat Ajax weer eens bovenaan staat. Maar die koppositie is mede te danken aan een trainer in Eindhoven, die zijn verdedigers door de knieën schiet als ze over de middellijn komen en aan FC Twente wat nu de gevolgen van meedoen aan de Champions League ondervindt. Dat is nieuw voor ze. Net zoals een koppositie nieuw is voor Martin Jol. Bij zijn aanstelling riep hij nog dat hij het heel erg zou vinden als Johan Cruijff kritiek op hem zou hebben. En nu ís er kritiek en bromt hij dat Cruijff's uitlatingen hem niet zoveel doen. Onbegrijpelijk. Jol heeft een kans voor open doel gemist. De ideale gelegenheid om zich als Ajaxcoach onsterfelijk te maken. Door dát te doen wat niemand meer voor mogelijk had gehouden: Johan Cruijff voorgoed terugvragen naar Amsterdam en alle macht geven. Misschien heeft hij het intern wel voorgesteld, dat sluit ik niet uit. Maar Cruijff en Keizer tegenover dit Ajaxbestuur is qua voetbalkennis en gogme als een voetbalgevecht van mannen tegen jongens. En de doodsbange stropdassen weten inmiddels precies hoe dát afloopt.
Ron Schiltmans
Nightmare on Arena Boulevard
|
|